Metafysica

Vakbeschrijving

KULeuven Vakpagina

Het vak werd in 2013-2014 en 2014-2015 en 2015-2016 gegeven door professor Meganck. Het jaar daarvoor heeft professor Van Riel het vak verzorgd, nog langer geleden werd metafysica gegeven door prof. Moors en prof. Verhack.

Ten gevolge van de leerstoel die prof. Van Riel kreeg, werd het vak in de volgende academiejaren door een plaatsvervanger gegeven:
* 2016 – 2017: dr. L. Lauwaert
* 2017 – 2018: dr. H. Blomme – thema “Wat is een ding?”

In 2018-2019 en 2019-2020 nam professor Van Riel het vak weer over.

Studiemateriaal

* Handboek “Metafysica” van Grondin
* Extra boek: “Postmodern Apologetics” van C. Gschwandtner
* Read met teksten voor het werkcollege

Opinies

> “In dat geval heeft u een semester Descartes, Kant en Heidegger voor de boeg uitgelegd door een bolleke van een prof.”

> “Eén minpuntje: zijn syllabus (als die nog steeds dezelfde is) is vrij verschrikkelijk. Maar dat wordt gecompenseerd door het feit dat je de vragen voor het examen op voorhand krijgt.”

> “Tijdens de werkcolleges wordt een tekst gekozen door Moors helemaal door de studenten uitgespit, waarbij Moors altijd klaar staat met wat hulp als je het vraagt, maar je mag zo in een tekst ploeteren, dat hij op het einde van het semester ook helemaal duidelijk is. (Dat was voor mij toch het geval).”

> “Voor het examen kregen wij vijf vragen waar je een antwoord van twee bladzijden bij moest typen. Moors koos dan een vraag, las deze snel door en duidde een vijftal begrippen aan die je dan mondeling moest uitleggen (hiervoor kreeg je voorbereidingstijd). Hij was uitermate vriendelijk op het examen, zoals steeds.”

> “Het is de moeite waard om een Kantiaanse levensstijl aan te nemen en de vroege Werkcolleges met Blomme te volgen: je ontdekt een andere Kant en maakt ook kennis met andere filosofen/visies uit die periode.”

> “Dr. Blomme heeft even de tijd nodig om onder stoom te komen. Haak dus niet af na de eerste les; er worden wel degelijk interessante inzichten bijgebracht én bovendien zijn lesnota’s een onontbeerlijke basis voor je studie.”

Downloads

{{metafysica.docx | Uitgebreide lesnota’s, met dank aan Stef Frijters}}

{{:opo:nl:ba2:sem1:samenvatting_metafysica_colleges_-_final.pdf| Samenvatting, met dank aan Toine van Mourik}}

{{:opo:nl:ba2:sem1:metafysica_samenvatting_jan2019.docx|Samenvatting, met dank aan Gretl Michielsen}}

Uitgebreide notities, met dank aan Caro Rorofoldifla

Examenvragen

2018-2019 (Gerd van Riel)

* Wat bedoelt Plato met het niet-hypothetische?
* Leg uit: De traditionele metafysica heeft een realistische waarheidsopvatting en een idealistische opvatting over de werkelijkheid
* Leg uit en bespreek tekst 6 van Leibniz
* De samenhang bij Aristoteles tussen zijn metafysica en fysica
* Leg uit: transcendentie bij Heidegger
* Leg uit: Leibniz voldoende grond
* Tekstfragment hegel over primaire krachten
* Tekstfragment Levinas ‘Dieu et la philosophie’ p123-124
* Tekstfragment Levinas ‘Dieu et la philosophie’ p103
* Vergelijk de Absolute Geest bij Hegel en de god van Aristoteles
* Wat bedoeld Heidegger in ‘vom weses grunden’ met “transcendentie”

2017-2018 (H. Blomme)

* Leg uit aan iemand die geen filosofie kent: Zuhanden en Unzuhanden.
* Rol van Categorieën bij Fata Morgana?
* Locke: zijn secundaire kwaliteiten reduceerbaar tot primaire?
* Wat is een transcendentaal argument?
* Is metafysica als wetenschap mogelijk, becommentarieer.
* Is een hamer een ding voor Heidegger?
* Waarom mag voor Leibniz materie niet uit atomen bestaan?
* Is het voor Kant mogelijk om in eerste instantie iets als een object (Gegenstand) te zien, maar in tweede instantie niet?
* Zijn simple ideas primair of secundair?
* Is voor Kant het DAS de oorzaak voor wat er aan ons verschijnt?
* Waarom ‘is’ een ding voor Heidegger niet? [disclaimer: de term ‘weest’ zou hier waarschijnlijk beter zijn]
* Is er bij Locke een verband tussen ‘complex ideas’ en secondaire [sic] kwaliteiten?
* Als ruimte en tijd de apriorische vormen van onze aanschouwing zijn, wat is materie dan?
* Waarom moet Descartes het idee van een God postuleren?
* Is het DAS de oorzaak van de verschijningen die we hebben?
* Waarom kan het ding an sich geen plaats in de ruimte innemen?
* Is het cogito een ding?
* Wat is het onderscheid tussen waarneming en ervaring volgens Kant?

2015-2016 (Erik Meganck)

* Twijfel bij Descartes
* Onbewogen Beweger bij Aristoteles
* Dood van God (Nietzsche)
* Substantie Aristoteles
* Deconstructie (van het teken) Derrida
* Theoretische en praktische rede Kant
* Kritiek/reactie Hegel m.b.t. Kant
* Leibniz, theodicee
* Het Goede bij Plato
* Ontotheologie Heidegger
* Wat behelst de metafysicakritiek

2013-2014 (Erik Meganck)

* Ontotheologie van Heidegger
* Twijfel bij Descartes
* Wat behelst de metafysicakritiek
* Dasein heidegger.
* Volmaakte bij Descartes.
* Metafysica als ethiek bij Plato
* Kant en Levinas.
* Vorm/Idee bij Plato
* Het teken en betekenis bij Derrida
* Het subject bij Descartes
* De theoretische en praktische rede bij Kant
* Uitgebreidheid bij Decartes
* Gelaat bij Levinas
* Il y a bij Levinas
* Deconstructie vh teken Derrida
* Reactie Hegel op Kant
* Twijfel bij Descartes
* Het Gelaat bij Levinas
* Substantie bij Aristoteles
* Het ethische in de metafysica van Plato, Kant en Levinas
* Het concept van het Goede bij Plato

2012-2013 (Gerd Van Riel)

* Leg uit waarom de metafysica in de moderne tijd kennismetafysica is
* ‘Onbaatzuchtiging’ bij levinas, leg uit.
* Stuk tekst uit de Ousiologie van Aristoteles, leg uit en bespreek.
* Transcendentie bij Heidegger, leg uit.
* Beschrijf de samenhang tussen de fysica en metafysica van Aristoteles.
* Wat is het “andere dan zijn” (autrement qu’être) bij Levinas.
* Verklaar en beschrijf de tekst van Leibniz, waarin hij beschrijft hoe hij tot “primitieve krachten” komt.
* leg uit : “il-y-a” bij Levinas, waarom wordt dit als slapeloosheid gezien ?
* Waarom is metafysica het noodlot bij Heidegger
* Verklaar: het principe van voldoende grond bij Leibniz
* Welke vormen van metafysica onderscheidt Kant?
* (Fragment uit de Politeia van Plato): bespreek de transcendentie van het hoogste zijn mbt. de vier kenvormen (eikasia, …)
* Leg uit waarom er bij Aristoteles een tegenstelling is tussen substantie en wezen.

2009-2010

* Bespreek resp. bij Descartes, Kant en Heidegger welk probleemgegeven telkens aan de basis ligt van hun ontologie.
* Leg uit hoe Descartes a) de godsidee in zijn systeem heeft “gefunctionaliseerd”; b) de kritiek van de psychoanalyse op het cogito te boven komt.
* Is Kants Erscheinungsontologie te interpreteren als kritische gestalte van onto-theo-logie?
* Leg uit hoe de ontologische vraagstelling naar het zijn bij Kant radicaal werd “geidealiseerd” en “gefenomenaliseerd”. Is er bij hem nog een toegang tot de noumenale wereld boven de tijd-ruimtelijke ervaring uit?
* Heidegger kondigt in Sein und Zeit een vernieuwing aan van de vraag naar de zin van zijn. Waarin heeft deze vernieuwing bestaan? Waartoe heeft zij geleid?

2006-2007

* De zijnsvraag wordt in de moderniteit aan de orde gesteld op grond van een subjectiviteitsfundament. Leg uit en illustreer.
* Welke rol speelt het godsbegrip in de kennisleer en ontologie (Erkenntnismetaphysik) bij Descartes? Welk probleem ligt aan de basis van zijn eerste godsbewijs?
* Bespreek uitvoerig hoe Kant zijn transcendentaalfilosofie uit de KrV propedeutisch belangrijk vindt voor de opbouw van een metafysica van de vrijheid.
* Is Kants Erscheinungsontologie te interpreteren als kritische gestalte van onto-theo-logie? Waarom is er nog een godsidee nodig in zijn theoretische filosofie?
* Wat weet ge over de noodzakelijkheid, structuur en voorrang van de zijnsvraag bij Heidegger (in SZ), over de voorrang van het Dasein als het Befragte, en tenslotte over Heideggers Kehre?

Oudere vragen (prof. Verhack)

* Welke kenmerken van ons menselijk bestaan laten ons toe te stellen dat een mens een wezen is dat bekwaam is om te transcenderen?
* In welke zin reikt het zijnsdenken van Heidegger ons een manier aan om de vraag naar de hogere ‘inspiratie’ van de mens op een nieuwe wijze op te vatten en te denken. (Waarom was dat een probleem geworden?.
* Leg uit: in de metafysica moeten wij uitgaan van de vraag wat het betekent als mens onder de roep van het zijn te staan.
* Wat is metafysica als onto-theo-logie? Heeft Heidegger met zijn kritiek aan de geschiedenis van de metafysica in alle opzichten recht gedaan?
* De metafysische vraag luidt dikwijls als volgt: “waarom is er iets en niet eerder niets?”
* Welke is de nieuwe betekenis door Heidegger aan deze vraag gegeven?
* Wat bedoelt Lacoste wanneer hij zegt dag dit “onze” vraag is?
* Hoe neemt deze vraag daardoor een nieuwe betekenis aan?
* Leg uit : het zijn van de mens is niet van substantiële aard. Het is een mogelijk-zijn dat aan structurerende voorwaarden gebonden is. Welke?
* Welke is de dubbele gelaagdheid in de lectuur van ons zijn als mogelijk-zijn (Heideggeriaanse versus “thomistische” lezing)? Waarom is deze dubbele lectuur noodzakelijk?
* Welke is de band tussen ons spreken over de “oneindigheidszin” van het zijn en het wezen van het menselijk verlangen?
* Leg uit: het verlangen is de ‘echo’ van de oneindigheidszin van het zijn in ons. En : wij zijn opgenomen in de inspiratie die in de eerste plaats die is van het zijn in ons (boek, p. 86). Hoe kan of mag die oneindigheidszin hier begrepen worden?
* Waardoor wordt het onderscheid bepaald tussen individu en subject?
* Bespreek in de idee van ‘mogelijkheid’ het aspect ‘appel’ en het aspect ‘refiguratie’. Hoe hangen beide aspecten onderling samen? Besteed aandacht aan de scala van gevoelens en emoties waarmee voorstellingen van menselijke mogelijkheid geladen kunnen zijn. Een mogelijkheid appelleert aan de wil: bespreek het onderscheid tussen inscriptie en momentum. Bespreek de band tussen refiguratie, gerichtheid op Nieuwheid en re-generatie.
* Bespreek in de idee van ‘mogelijkheid’ het aspect ‘vervolmaakbaarheid’ en ‘risico’. In welke zin brengt ‘vervolmaakbaarheid’ de kwestie van de ‘teleologie in de werkelijkheid’ opnieuw ter sprake? Hoe vormt het risico eigen aan menselijke creativiteit een illustratie van wat wij de mens als een ‘midden’ hebben genoemd?
* Bespreek in de idee van ‘mogelijkheid’ de band tussen mogelijkheid en ideaal. Toon aan dat wij mensen in een bijzondere verhouding staan tot het aspect ‘idealiteit’ in het zijn, om te beginnen in wat wij ‘innerlijke aanschouwing’ noemen.
* Wat kan of mag er onder een ‘mystieke’ godsbevestiging verstaan worden? In welke zin verschilt die van een klassieke bevestiging van ‘god als hoogste zijnde’?